Wat is een déjà vu en waarom voelt het zo echt?
Een déjà vu is het korte, stellige gevoel dat je een situatie al eerder precies zo hebt meegemaakt, terwijl je tegelijk weet dat dat niet kan. Het is geen herinnering die boven komt en geen voorspelling die uitkomt. Onderzoekers die het gevoel in het lab opwekken, komen steeds op hetzelfde uit: je brein herkent iets, kan niet vinden wát, en meldt dat als een vreemd soort bekendheid. Het gevoel is echt. De boodschap die erin lijkt te zitten, is dat niet.
Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer zeventig procent van de mensen zegt het gevoel te kennen, schrijft Skepsis op basis van het overzichtswerk van psycholoog Alan Brown uit 2004. De frequentie neemt af met de leeftijd: jongeren melden het vaker dan ouderen. Mensen die veel reizen, mensen met een hogere opleiding en mensen die hun dromen goed onthouden, rapporteren het vaker dan anderen. Dat past bij het idee dat een déjà vu ontstaat waar veel nieuwe indrukken op veel opgeslagen indrukken lijken, en bij het idee dat je het alleen meldt als je erop let.
De Hersenstichting omschrijft het als “een moment dat je meemaakt waarvan je zeker weet dat je het eerder hebt beleefd”. De Franse term betekent letterlijk “al gezien”. Er bestaan verwante termen voor hetzelfde gevoel bij andere zintuigen en bij handelingen, maar in de praktijk noemt iedereen alles déjà vu.
De twee klassieke verklaringen
Lang waren er twee populaire verklaringen, en beide vind je nog terug bij NEMO Kennislink en de Hersenstichting.
De kortsluiting
Volgens de eerste verklaring bereikt een waarneming je geheugen een fractie eerder dan je bewustzijn. Je slaat het moment op, en pas daarna zie je het bewust. Wat je dan bewust ziet, zit al in je geheugen, en dus voelt het als iets van eerder. Deze verklaring is intuïtief, maar moeilijk te toetsen: niemand kan de volgorde van die twee stappen in een levend brein zo precies meten.
De gelijkenis
Volgens de tweede verklaring vergist je brein zich in een gelijkenis. De nieuwe situatie lijkt op iets dat je ooit meemaakte, bijvoorbeeld in de indeling van een ruimte, maar de oude herinnering zelf is onbereikbaar. Wat overblijft is het gevoel van bekendheid zonder de inhoud. Deze verklaring is de afgelopen twintig jaar de dominante geworden, omdat hij in het lab te testen bleek.
Wat het lab liet zien
Psycholoog Anne Cleary van Colorado State University bouwde scènes na in een virtuele omgeving. Proefpersonen liepen eerst door een reeks ruimtes. Later liepen ze door nieuwe ruimtes die anders waren aangekleed, maar dezelfde ruimtelijke indeling hadden: dezelfde plek voor een deur, een meubelstuk, een gang. Die tweede reeks wekte veel vaker een déjà vu op dan ruimtes die er alleen oppervlakkig op leken. Cleary’s samenvatting, geciteerd door ScienceDaily: we kunnen de eerdere scène niet bewust terughalen, maar ons brein herkent de gelijkenis, en die informatie komt binnen als het onbehaaglijke gevoel dat we hier al eens waren.
In een vervolgstudie, gepubliceerd in Psychological Science in 2018, keek Cleary naar het tweede deel van het gevoel: de indruk dat je weet wat er zo gaat gebeuren. Proefpersonen die een déjà vu meldden, moesten voorspellen welke kant een route op zou gaan. Ongeveer de helft van hen voelde een sterke zekerheid over de volgende afslag. Hun voorspellingen waren niet beter dan gokken. Het gevoel van voorkennis is dus onderdeel van de illusie, geen aanwijzing dat er iets klopt.
Het brein controleert zichzelf
Een tweede lijn van onderzoek komt van Akira O’Connor van de University of St Andrews. Zijn team wekte een déjà vu op met een woordtruc: proefpersonen hoorden reeksen als bed, kussen, nacht, droom, zonder het verbindende woord slaap. Daarna vroegen de onderzoekers of er een woord met een s in de lijst zat. Later ontkenden de deelnemers dat ze “slaap” hadden gehoord, maar het voelde bekend. Tijdens dat moment lagen ze in een fMRI-scanner. Volgens het verslag van New Scientist uit 2016 lichtten niet de geheugengebieden op, maar frontale gebieden die betrokken zijn bij het nemen van beslissingen en het opsporen van conflicten.
Dat draait de vraag om. Een déjà vu is dan geen fout in het geheugen, maar een melding van het controlesysteem: er is een gevoel van bekendheid, er is geen herinnering die dat gevoel dekt, en die twee botsen. Het gevoel dat iets niet klopt, is precies dat: het brein dat merkt dat iets niet klopt. De studie was klein, 21 deelnemers, en het gaat om een in het lab opgewekt gevoel. Maar de uitkomst wijst een andere kant op dan de kortsluitingsverklaring, en dat is precies waarom de studie zoveel aandacht kreeg.
Waarom het bij sommige mensen niet stopt
Bij mensen met epilepsie in de temporaalkwab is een déjà vu een bekend voorteken van een aanval. Dat is een sterke aanwijzing dat het gevoel een neurologische kant heeft, los van wat er in het geheugen zit. Chris Moulin, destijds aan de University of Leeds, beschreef patiënten met schade in datzelfde gebied die vrijwel permanent in een déjà vu leefden: elk moment voelde als een herhaling van iets dat al was gebeurd. Zulke gevallen laten zien dat bekendheid en herinnering twee losse systemen zijn. Normaal lopen ze gelijk op. Een déjà vu is het moment waarop dat even niet lukt.
Betekent het iets?
De populairste verklaring buiten de wetenschap komt uit een film. In The Matrix (1999) zegt Trinity dat een déjà vu een storing in de Matrix is: een teken dat er iets is veranderd in de kunstmatige wereld waarin de personages leven. Het is een goede filmzin, en hij verklaart waarom mensen het gevoel zo serieus nemen. Het lijkt namelijk op informatie. Er zit een claim in: dit was er al. Andere mensen lezen er een vorig leven in, een voorspellende droom of een boodschap. Wie zich afvraagt of onze wereld zelf een gebouwde wereld kan zijn, vindt die vraag apart uitgewerkt in Leven we in een simulatie?
Het onderzoek geeft een nuchterder antwoord. Het gevoel is echt, de inhoud is leeg. Er is geen herinnering die je kunt terughalen, en de zekerheid over wat er zo gaat gebeuren is aantoonbaar niet beter dan toeval. Wat overblijft is iets dat op zichzelf al de moeite waard is: een korte blik op hoe je brein bekendheid en herinnering los van elkaar verwerkt, en hoe het merkt wanneer die twee niet sporen. Dat is dezelfde reden waarom herinneringen zo overtuigend en toch zo onbetrouwbaar kunnen zijn, waarover meer staat in Hoe betrouwbaar is je geheugen? Wie dat thema liever in een verhaal leest: de thriller Template van Michiel van Hattem gaat over identiteit en geheugen.
Wat je er in de praktijk mee kunt
Een déjà vu hoeft je niet te verontrusten. Het komt het meest voor bij jonge mensen die veel nieuwe indrukken opdoen, en het wordt met de jaren zeldzamer. Alleen wanneer het gevoel steeds terugkomt of lang aanhoudt, is het een reden om naar een arts te gaan, vanwege het verband met de temporaalkwab dat hierboven is beschreven. Dan is het een symptoom, en geen zelfstandige ervaring.
Voor alle andere gevallen is het advies eenvoudig. Merk het op, geniet er even van, en ga niet zoeken naar de herinnering die erbij hoort. Die is er niet. Dat is precies wat het gevoel zo vreemd maakt, en waarom het zo goed werkt in verhalen: het is een raadsel met een lege binnenkant.