Wat is de Ludovico-techniek uit A Clockwork Orange, en bestaat die echt?
Het korte antwoord: de Ludovico-techniek bestaat niet. Ze is bedacht door Anthony Burgess voor zijn roman A Clockwork Orange uit 1962 en werd wereldberoemd door de verfilming van Stanley Kubrick uit 1971. De methode waarop ze is gebaseerd bestaat wel, heet aversietherapie, en is decennialang op echte mensen toegepast. Wie de film heeft gezien en zich afvraagt hoeveel daarvan klopt, houdt dus een halve waarheid over: de apparatuur is fictie, het idee erachter niet.
Wat er in het verhaal precies gebeurt
Alex, de jonge hoofdpersoon, zit vast voor ernstig geweld. Hij krijgt de kans zijn straf te bekorten door zich aan te melden voor een experimentele behandeling. Die bestaat eruit dat hij een middel toegediend krijgt waar hij misselijk en doodsbenauwd van wordt, terwijl hij tegelijk naar beelden van geweld moet kijken. Zijn oogleden worden met klemmen opengehouden zodat hij niet kan wegkijken. Na een reeks sessies is de koppeling gelegd: de gedachte aan geweld roept vanzelf die misselijkheid op. Alex kán geen geweld meer gebruiken, ook niet om zichzelf te verdedigen.
De scène met die oogklemmen is de reden dat de film in het collectieve geheugen zit. Malcolm McDowell heeft er in interviews vaak over verteld: er was een arts op de set aanwezig om zijn ogen voortdurend te bevochtigen, en tijdens de opnamen ging er alsnog iets mis met zijn hoornvlies. Dat detail verklaart een deel van de werking van het beeld. Je kijkt naar iets wat niet helemaal gespeeld is.
Het idee erachter is gewoon conditionering
De Ludovico-techniek is een uitvergroting van iets doodsaais: klassieke conditionering. Twee prikkels die stelselmatig samen optreden gaan in het zenuwstelsel aan elkaar vastzitten, waardoor de ene de reactie op de andere gaat oproepen. Dat is het principe dat Pavlov rond 1900 bij honden beschreef en dat aan de basis ligt van het behaviorisme: gedrag is aan te leren en dus ook af te leren, zonder dat je hoeft te weten wat iemand denkt of voelt.
Aversietherapie zet dat principe om in een behandeling. Je koppelt het gedrag dat weg moet aan een onaangename ervaring — misselijkheid, een vieze smaak, een schrikreactie. De redenering is simpel en op papier elegant: iets wat prettig voelt krijgt een nare associatie mee, en daarmee verdwijnt de aantrekkingskracht. Wie wil weten waar dit denken vandaan komt, vindt op deze site een overzicht van de klassieke psychologische experimenten waaruit het is voortgekomen.
Waarvoor is het in het echt gebruikt?
Aversietherapie is in de twintigste eeuw op uiteenlopende terreinen ingezet. De bekendste toepassingen:
- Alcoholgebruik. Drinken werd gekoppeld aan een middel dat misselijkheid opwekt, zodat de smaak van alcohol zelf onaangenaam werd. Dit is de klassieke toepassing en de best gedocumenteerde.
- Roken. Onder meer met methoden waarbij juist heel snel en heel veel gerookt moest worden, tot het lichaam zelf het signaal gaf.
- Kleine hardnekkige gewoontes. Nagelbijten en duimzuigen, meestal met een bittere stof op de vingers — de enige vorm die de meeste mensen uit eigen ervaring kennen.
En dan is er de toepassing die de methode haar reputatie heeft gekost. In het midden van de twintigste eeuw is aversietherapie in verschillende landen gebruikt om de seksuele geaardheid van mensen te veranderen, soms onder druk, soms als alternatief voor vervolging. Dat is geen voetnoot bij de geschiedenis van deze methode, het is de belangrijkste reden waarom er vandaag met zoveel argwaan naar wordt gekeken. Behandelingen met dat doel zijn inmiddels door beroepsverenigingen afgewezen en in een groeiend aantal landen wettelijk verboden. De film uit 1971 speelt precies in die periode, en het ongemak dat de behandelscène oproept was destijds geen fantasie.
Werkt het?
Hier is terughoudendheid op zijn plaats, want dit is het punt waarop populaire uitleg meestal ontspoort. De eerlijke stand van zaken, op hoofdlijnen: aversietherapie kan op korte termijn effect hebben, maar dat effect houdt slecht stand en generaliseert slecht. Het blijkt vaak gebonden aan de situatie waarin het is aangeleerd — de behandelkamer, de aanwezigheid van de behandelaar, het besef dat er een middel is toegediend. Buiten die context dooft de koppeling uit. Daar komt bij dat het oudere onderzoek naar deze methode naar huidige maatstaven klein en methodologisch zwak is, waardoor harde uitspraken over de effectiviteit domweg niet te onderbouwen zijn. In de reguliere gedragstherapie is de methode grotendeels verdrongen door benaderingen die niet met straf werken.
Wil je het naadje van de kous? Het Nederlandstalige lemma aversietherapie behandelt de methode en haar toepassingen, en in Tijdschrift voor Psychiatrie staat ze beschreven in Nederlandse vaktaal. De vergelijking tussen de film en de echte behandelpraktijk is onderwerp van een vakartikel in European Psychiatry: Ludovico’s Technique: The Literary Depiction of Aversion Therapy in ‘A Clockwork Orange’.
Waarom de schrijver het geen genezing vond
Het interessantste aan de Ludovico-techniek is niet of ze technisch zou kunnen. Het is de vraag die eronder ligt, en die Burgess er expliciet mee wilde stellen: iemand die geen kwaad meer kán doen, is die daarmee een goed mens geworden? Burgess vond van niet. Een mens die niet kan kiezen is volgens hem geen mens meer maar een mechaniek — daar doelt de titel op. Moreel goed zijn veronderstelt dat het alternatief openstond.
Dat argument staat los van de film en gaat nog altijd ergens over. Elke maatregel die gedrag onmogelijk máákt in plaats van ongewenst, koopt veiligheid met keuzevrijheid. Dat geldt voor een behandeling in een verhaal, maar net zo goed voor het alledaagse ontwerp van systemen die jou iets niet laten doen. Wie die vraag verder wil doordenken, kan terecht bij heb jij vrije wil.
Er is nog een reden waarom de film de kwestie scherper neerzet dan de roman. De oorspronkelijke Britse uitgave had eenentwintig hoofdstukken; in de Amerikaanse uitgave werd het laatste geschrapt, en de film volgde die kortere versie. In dat geschrapte slot kiest Alex er uit zichzelf voor om ermee te stoppen, eenvoudigweg omdat hij ouder wordt. Zonder dat hoofdstuk eindigt het verhaal bij het onvermogen en niet bij de keuze — een verschil waar Burgess zich zijn leven lang tegen is blijven verzetten.
Wat je eraan overhoudt
Drie dingen zijn na ruim vijftig jaar blijven staan. De techniek uit de film is verzonnen, inclusief de klemmen en de sessies. De onderliggende methode was echt, werd breed toegepast en heeft veel schade aangericht op het moment dat ze werd gebruikt om mensen te veranderen in plaats van te helpen. En de vraag of afgedwongen goed gedrag nog goed gedrag is, is nooit beantwoord.
Dat laatste maakt de film moeilijker dan zijn reputatie. Kubrick trok hem in 1973 zelf uit de Britse roulatie, waarna hij er tot na zijn dood in 1999 niet meer te zien was; Nederlandstalige achtergrond bij de film staat onder meer in de bespreking bij Cinemagazine. Het is geen film over geweld. Het is een film over wie er mag beslissen wat jij wilt, en dat is een vraag die zich niet laat wegkijken. Herken je het mechanisme liever in het dagelijks leven dan op het scherm, dan is word ik gemanipuleerd de praktische tegenhanger van dit artikel. Meer stukken over waarneming, gedrag en overtuiging staan in de kennisbank.