Als je wilt weten hoe beinvloedbaar mensen zijn, kom je binnen vijf minuten uit bij dezelfde vier onderzoeken. Ze staan in elk inleidend boek, ze duiken op in elke presentatie over gedrag, en ze worden bijna altijd verteld alsof de uitkomst vaststaat. Dat laatste klopt niet meer. Van drie van de vier is het populaire verhaal de afgelopen twintig jaar stevig bijgesteld, en juist die bijstelling is interessanter dan het origineel.

1. De lijnen van Asch: meedoen tegen beter weten in

In de jaren vijftig liet Solomon Asch proefpersonen iets doen wat niet mis te verstaan is: kijken naar een lijn en aanwijzen welke van drie andere lijnen even lang is. Het juiste antwoord is voor iedereen met normaal zicht direct duidelijk. De truc zat in de kamer. De andere aanwezigen waren ingehuurd en gaven om beurten hetzelfde foute antwoord.

Ongeveer een derde van de kritieke beoordelingen ging mee met de groep. Ongeveer driekwart van de deelnemers deed minstens een keer mee. Dat is het cijfer dat iedereen kent.

Wat er zelden bij verteld wordt: het effect stort in zodra er ook maar een ander is die afwijkt. Een enkele afwijkende stem, zelfs iemand die ook een fout antwoord geeft maar een ander fout antwoord, maakt het voor de proefpersoon veel makkelijker om bij zijn eigen waarneming te blijven. Dat is een hoopvoller conclusie dan “mensen doen mee met de groep”. De preciezere conclusie is: mensen doen mee met een unanieme groep, en unanimiteit is fragiel.

2. Milgram: gehoorzaamheid, maar in hoeveel varianten?

Het bekendste getal uit de sociale psychologie is 65 procent: het aandeel deelnemers dat in Stanley Milgrams opzet doorging tot de hoogste stroomstoot, omdat een onderzoeker in een witte jas zei dat het experiment vereiste dat ze doorgingen.

Dat getal is echt, maar het hoort bij een specifieke opzet. Milgram voerde tientallen varianten uit, en de uitkomsten liepen enorm uiteen: als de onderzoeker telefonisch instructies gaf in plaats van in dezelfde kamer te zitten, of als er nog iemand aanwezig was die weigerde, zakte de gehoorzaamheid dramatisch. Historisch onderzoek naar de archieven, onder meer door Gina Perry, heeft bovendien laten zien dat deelnemers vaak veel meer werden aangespoord dan de vier vastgelegde aansporingen, en dat een deel van hen doorhad dat er iets niet klopte.

De bruikbare les is dus niet dat tweederde van de mensen tot moord bereid is. De bruikbare les is dat gehoorzaamheid sterk afhangt van de omstandigheden: nabijheid van de autoriteit, zichtbaarheid van het slachtoffer, en of er iemand anders is die nee zegt. Dat is precies het soort detail dat sneuvelt zodra een onderzoek een anekdote wordt.

3. De gevangenisstudie die anders in elkaar zat dan gedacht

Het bekendste voorbeeld van hoe hard een verhaal kan afwijken van het onderzoek is de gevangenisstudie die Philip Zimbardo in 1971 uitvoerde. Studenten werden verdeeld in bewakers en gevangenen, de bewakers werden wreed, het experiment werd voortijdig gestopt. Conclusie in de volksmond: geef gewone mensen macht en een uniform, en ze ontsporen vanzelf.

In 2019 publiceerde Thibault Le Texier in American Psychologist een reconstructie op basis van het archiefmateriaal, inclusief opnames en aantekeningen. Daaruit blijkt dat de bewakers vooraf te horen kregen hoe streng ze moesten optreden, dat de onderzoekers tijdens het experiment bijstuurden, en dat een deel van het gedrag dus niet spontaan ontstond maar geregisseerd was. Zie Debunking the Stanford Prison Experiment.

Dat maakt de studie niet waardeloos, maar het draait de les om. Niet: macht maakt mensen wreed. Wel: mensen doen opmerkelijk vaak wat er van hen verwacht wordt, ook als niemand het expliciet beveelt. Dat is subtieler en, als je erover nadenkt, ongemakkelijker.

4. Het omstanderseffect en de 38 getuigen die er niet waren

De moord op Kitty Genovese in 1964 is decennialang verteld als het verhaal van 38 buurtbewoners die het zagen gebeuren en niemand belden. Het werd de aanleiding voor onderzoek naar het omstanderseffect: hoe meer mensen aanwezig zijn, hoe kleiner de kans dat iemand ingrijpt, omdat de verantwoordelijkheid zich over de groep verdeelt.

Het effect zelf is in laboratoriumonderzoek herhaaldelijk aangetoond. Het verhaal eromheen niet. In 2007 lieten Manning, Levine en Collins zien dat het aantal getuigen sterk overdreven was, dat verschillende mensen wel degelijk hebben gereageerd en dat de politie is gebeld. Zie The Kitty Genovese murder and the social psychology of helping.

Interessant is wat er gebeurde: een krachtig verhaal ging een echt bestaand effect dragen, en werd daardoor jarenlang niet gecontroleerd. Dat is een patroon dat ook buiten de wetenschap voorkomt. Wie wil begrijpen hoe overtuigingen zich vastzetten zonder dat iemand kwaad wil, vindt in waarom mensen in complotten geloven hetzelfde mechanisme terug.

Wat je hier wel uit kunt halen

In 2015 probeerde een groot samenwerkingsverband van onderzoekers honderd gepubliceerde psychologische studies opnieuw uit te voeren. Ongeveer 36 procent leverde opnieuw een significant resultaat op, en de gevonden effecten waren gemiddeld ongeveer half zo groot als in de oorspronkelijke publicatie. Zie Estimating the reproducibility of psychological science.

Dat is geen reden om alles weg te gooien. Het is wel een reden om anders te lezen. Drie praktische regels die ik eruit meeneem:

  • Wantrouw het ronde getal. Zodra een onderzoek is teruggebracht tot een percentage, is de context weg, en de context is meestal waar het interessante zit.
  • Vraag naar de variant. Bij Milgram is de vraag niet “wat was het resultaat” maar “van welke opzet”. Dat geldt voor bijna elk beroemd experiment.
  • Let op wie er niet meedeed. In vrijwel elk van deze studies was er een minderheid die zich niet liet meeslepen. Die groep krijgt zelden aandacht, terwijl daar de bruikbare vraag ligt: wat maakte hen anders?

De rode draad is dat beinvloeding zelden werkt als een schakelaar. Ze werkt via omstandigheden die je meestal niet opmerkt: de unanimiteit van een groep, de nabijheid van iemand met gezag, de verwachting die in de lucht hangt. Dat maakt het lastig te herkennen op het moment zelf, en veel makkelijker achteraf. Wie wil oefenen in het opmerken ervan in het dagelijks leven, kan verder lezen bij word ik gemanipuleerd, negen signalen. Dezelfde vragen lopen ook door de thriller Template.

En misschien is dat de nuttigste uitkomst van vijftig jaar onderzoek: niet dat mensen zwak zijn, maar dat de omstandigheden meer doen dan we denken. Dat is een minder spannend verhaal. Het is wel het verhaal dat blijft staan als je het narekent.